logo

De resultaten van het project 'Mannen en deeltijd Drenthe'


In september 1996 is onder de titel 'Je komt gewoon niet op het idee dat het zou kunnen' het rapport verschenen over het project 'Mannen en Deeltijd'. Dit project is door het Buro voor Emancipatie Ontwikkeling Drenthe uitgevoerd tussen juli 1995 en maart 1996. Opdrachtgever en subsidiegevers waren het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de provincie Drenthe.

Het project heeft als uiteindelijk doel het stimuleren van deeltijdarbeid onder werkende mannen. Er moest vooral meer inzicht worden verkregen in de belemmeringen c.q. positieve aangrijpingspunten die mannen - en bedrijven waar veel mannen werken - voor zich zien als het gaat om werken in deeltijd.

In zeven discussiebijeenkomsten is daarover gesproken met 65 mannen en 26 vrouwen. Deze discussiedeelnemers hebben ook een enquête over deeltijdarbeid ingevuld. We hebben gesproken met (personeels)managers en werknemers op de werkvloer - veelal via een vakbond - van bedrijven in de industrie en in de dienstverlening.

Conclusies

Wij zetten de belangrijkste conclusies uit de enquête en de discussiebijeenkomsten op een rij:
Van de onderzochte mannen overweegt 9% regelmatig om korter te werken. Voor hen lijkt deeltijdarbeid een reële optie. 48% van de mannen overweegt wel eens om korter te gaan werken maar zet geen gerichte stappen in die richting. Van de mannen overweegt 40% zelden of nooit om korter te gaan werken.

'Meer tijd voor ontspanning' en 'meer vrijheid' zijn de belangrijkste motieven voor mannen om eventueel korter te gaan werken. Het motief 'de kinderen meer kunnen zien en verzorgen' komt op de vierde plaats.

Het belangrijkste motief van mannen om niet in deeltijd te gaan werken, is de teruggang in inkomen en de teruggang in opbouw van financiële zekerheden voor de toekomst (bijvoorbeeld WW, WAO, pensioen). In de gesprekken werd toegevoegd dat inkomensverlies voor mannen zwaarder telt dan voor vrouwen omdat mannen nog altijd een extra verantwoordelijkheid voelen voor het inkomen.

Werkende mannen (vanuit het werknemersperspectief) hebben geen sterk negatieve opvattingen over deeltijdwerk. Aarzelingen van werkende mannen met betrekking tot deeltijdarbeid lijken dus niet voort te komen uit een eventueel negatief imago van deeltijdarbeid.

In sommige sectoren komt deeltijdarbeid zo weinig voor dat dat op zich al een grote drempel is om in een concrete situatie tot een deeltijdfunctie te komen: 'Deeltijdarbeid en ouderschapsverlof zijn non-items in de industrie, niet alleen voor mannen maar ook nog voor vrouwen. Vooral mannen komen niet op het idee dat het zou kunnen, het is zo ongewoon... Dat geldt eigenlijk ook voor de werkgever.'

Werknemers maken zich zorgen over het groeiend aantal uitzendkrachten dat wordt ingezet in het productieproces. Ook wordt er veel overgewerkt door vaste krachten. Beide zijn 'dure' vormen van arbeid die wellicht ten koste gaan van werkgelegenheid. Zij vinden het een interessante optie om te onderzoeken of dezelfde flexibiliteit bereikt kan worden met meer deeltijders in vaste dienst.

Onbekend maakt onbemind. In bedrijven waar deeltijdwerk nauwelijks voorkomt, kent men de mogelijkheden van deeltijdarbeid als flexibiliseringsinstrument niet. Deeltijdwerk wordt daar niet gezien als een instrument dat actief ingezet kan worden maar als iets waarop gereageerd moet worden, iets wat het bedrijf overkomt, iets waar men in de toekomst wel aan zal 'moeten'.

In bedrijven waar deeltijdwerk wel substantieel voorkomt, werd gewezen op de duidelijke win-winsituaties voor bedrijf en personeel als bijvoorbeeld bij loskoppeling van de arbeidstijd en de bedrijfstijd deeltijdvarianten worden ingezet.

Aanbevelingen

Het project doet ook aanbevelingen in de richting van de overheid en maatschappelijke organisaties. Wij noemen u enkele:

Deeltijd dient niet te zeer alleen onder de aandacht van mannen te worden gebracht vanuit het perspectief van het actieve/verzorgende vaderschap. Verschillende mannen hebben verschillende motieven om korter te werken. Het motief van meer ontspanning en meer vrijheid spreekt een bredere groep aan. Het verdient aanbeveling om - met name voor de lager betaalden - bij deeltijdarbeid minder inkomensverlies te laten optreden middels gunstiger voorwaarden in de fiscale c.q. premiesfeer (het creëren van een gunstig bruto-nettotraject).

Het verdient aanbeveling om naar bedrijven en sectoren waar deeltijdarbeid nog nauwelijks voorkomt, een campagne te organiseren gericht op werkgevers en management om meer bekendheid te geven aan de mogelijkheden van deeltijdarbeid als instrument voor flexibilisering.

Het verdient aanbeveling om nader onderzoek te laten verrichten naar de kosten en vooral de baten van deeltijdarbeid als flex-instrument in de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld afgezet tegen de kosten en baten van uitzendkrachten.

Deze gegevens kunnen worden ingezet bij de bedrijfseconomische argumentatie en voorlichting in de richting van bedrijven.

Verder verdient het de aanbeveling om binnen 'genderstudies' een verdiepend onderzoek te laten verrichten naar de constructie van en de socialisatie tot mannelijkheid en de effecten op de financiële verantwoordelijkheidsgevoelens van mannen en hun daarmee samenhangende arbeidsgedrag:
- hoe ontstaat de kostwinnersverantwoordelijkheid bij mannen?
- ontstaat het nog steeds? Is er al verschil tussen oudere en jongere mannen?
- hoe kan de kostwinnersverantwoordelijkheid bij mannen eventueel geontmythologiseerd worden?

Tot slot

Het bleek niet eenvoudig om werkende mannen bijeen te brengen over het onderwerp deeltijdwerk. Mannen en bedrijven praten liever over deeltijdwerk en flexibilisering in het algemeen dan gekoppeld aan de mannelijke werknemer. Toch leverde het project interessante ontmoetingen en gegevens op en kwam het onderwerp mannen en deeltijd meer onder de aandacht.

Eén ding is duidelijk: er is nog veel meer inzicht en aandacht nodig als het gaat om mannen en hun attitude naar arbeid, inkomen en tijdsbesteding in de privésfeer voordat de herverdeling van arbeid - ook via deeltijdwerk bij mannen - met flinke stappen vooruit kan gaan.

Wilt u meer informatie over het project, dan kunt u terecht bij de projectleider mevrouw Anje Toxopeus.

Stichting Drents Vrouwenburo
Noordersingel 29
9401 JW Assen
Tel: 0592 - 316865
Fax: 0592 - 317573
E-mail: ebd@vrouwen.net

Informatie