Brandend Zand

3e Column door Frans Ottenhof

Tandenknarsend zie ik een vliegtuig een streep trekken door het blauwe uitspansel. Het eeuwige ritme van de golven slaat me om de oren evenals Pablo dat doet. Het manneke vermaakt zich uitstekend op het strand en laat in opperste verbazing het zand door de vingers glippen. De eerste lading die onbedoeld mijn kant uit komt belandt welgericht in mijn gezicht en het verfijnde zand wordt nog fijner geplet tussen mijn malende kaken.
Een bezorgd en oplettend oog zou ik aan de kinderen wijden, zodat mijn vrouwelijke wederhelft zich ongestoord kan terugtrekken op een ligstoel om zich te laven aan de bij mij altijd hevige jeuk veroorzakende zonnestralen.
Voor haar heeft het strand een diepere, bijna metafysische betekenis en vormt de plek die de verbondenheid tussen mens en natuur het dichtst benadert. Een vergelijking met de moeder- schoot dringt zich op en haar gevoel voor spiritualiteit roept zelfs vragen op of er niet meer is tussen hemel en aarde. Hoezeer ik me ook tracht te verplaatsen in hogere sferen; het lukt me eenvoudigweg niet, ik blijf laag bij de grond. Mijn aandacht en concentratie worden altijd verstoord doordat de natuur van de mens, in dit geval mijn hormoonhuishouding, begint op te spelen en heel wat aardsere proporties gaat aannemen.

Het strand, wat heb ik daar een aversie tegen. Nooit is er schaduw en doorgaans is het veel te warm, het zand kruipt op de meest ongenode plekken en verzorgt een naspel van schurende ledematen. Het gebonk en geraas van de zee verstoort het luistergenot van de walkman. Het is er nooit rustig: de wind blaast als een brulboei om je heen en het zout in de lucht maakt je brilleglazen snel vettig. Verder verbaas ik me over de talloze, romige ledematen van de blanke medemens die ongestraft denken een bruin tintje te kunnen verwerven. Met enig leedvermaak zie ik ze langzaam gestoofd worden.
In de jaren zestig waarschuwde de Ned.-Indische zangeres Anneke Gr”nloh reeds voor de gevaren van het strand en de zee in haar legendarische hit "brandend zand". De woorden "daar waar je bijna je volle verstand verloor" zijn voor altijd in mijn geheugen gegrift. Toen ze daarna in het onsterfelijke "Soerabaya" de loftrompet uitstak over mijn geboortestad was het pleit voor eeuwig in haar voordeel beslecht. Pas sinds enkele weken ben ik er bij toeval achtergekomen dat de tekst "brandend zand" verhaalt over een femme fatale. Nina is ze genaamd en zo heet mijn dochter ook. Altijd gedacht dat ik mijn dochter vernoemd heb naar het Indonesische slaapliedje "Nina boboh" dat mijn moeder zong om mij in slaap te wiegen. Toeval of zou er inderdaad meer zijn tussen hemel en aarde?

Doordat de wind de nodige kracht bijzet om mijn gedachten te verwaaien, verval ik in peilloze mijmeringen. Hoe zou het toch komen dat onze twee kinderen totaal verschillend van uiterlijk zijn? Nina is geheel blank met blauwe ogen, Pablo daarentegen is bruin met gitzwarte ogen. Helemaal geen mengvorm, maar een zwart/wit tegenstelling, zoals hemel en aarde. In een flits golft de gedachte mijn hoofd binnen: ik heb toverballen!
Het antwoord van de zee blijft niet uit en deze gedachte overspoelt mijn zoontje die bijkans door een brullende golf verslonden wordt. Zou dit de magische, stille kracht zijn waar mijn moeder mij altijd voor gewaarschuwd heeft?

De eigenlijke stille kracht is in haar slaapstoel in slaap gesukkeld en gevreesd moet worden dat de toverbal aan de hemel haar met huid en haar verslindt. Bezorgd verschuif ik de parasol zodanig dat de schaduw over haar heen valt. Langzamerhand vloeit de kracht uit de gele toverbal om ten lange leste te verkleuren in een oranje gloed.
In het kader van een verdeling van de zorgtaken hebben we besloten dat bij mij de magische verbinding tussen hemel en aarde doorgesneden gaat worden. Nu is het mijn beurt om pijn te lijden en wordt ik gefrappeerd door de tegenstelling die gaat ontstaan. Uit mij zal het - toekomstig- leven wegvloeien en bij haar betekent ongemak en pijn doorgaans de aankondiging en/of voorbereiding op leven.

Of is dit niet meer nodig en heeft het brandend zand mij al onvruchtbaar gemaakt? Of moet ik nu nog mijn verstand gaan verliezen? Maar hoe het ook zij, op de operatietafel zal ik een flinke vent zijn. Misschien wel met het verstand op nul. Zou dat schelen?

Frans Ottenhof
23 juni 1997.

informatie