Evaluatie leidt tot aanpassingen Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen
Persbericht Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Nr. 97/24
14 februari 1997De Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen zal op twee punten worden aangepast. Het gaat om de verjaringstermijn van loonvorderingen en om de keuze van een maatman. De maatman is bepalend voor de vergelijking van loon en arbeid. De maatman hoeft na wetsaanpassing niet langer werkzaam te zijn in dezelfde onderneming maar moet in dienst zijn van dezelfde werkgever. Of meer aanpassingen van deze wet nodig zijn zal worden bekeken bij de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling.
Dit schrijft minister Melkert in een brief over het effect van de wetgeving gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid. Minister Melkert heeft de brief mede namens de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie en de staatssecretarissen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport naar het parlement gestuurd.
De verjaringstermijn van loonvorderingen is nu twee jaar. Dit is niet in overeenstemming met Europese regelgeving. Door aanpassing van de wet wordt deze termijn gelijk aan de algemene loonvorderingstermijn van vijf jaar in het Burgerlijk Wetboek.
In de brief formuleert minister Melkert de beleidsconclusies die het kabinet verbindt aan de uitkomsten van een evaluatie die het Hugo Sinzheimer Instituut heeft verricht van het effect van de wetgeving op het gebied van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid. Uit de evaluatie blijkt dat de effectieve werking van de wet vooral wordt belemmerd door gebrekkige kennis van en inzicht in de wetgeving.
De voorlichting over de wetgeving op het gebied van gelijke behandeling bij de arbeid zal dan ook anders worden aangepakt. Om voorlichtingsactiviteiten beter op elkaar af te stemmen gaat een interdepartementale werkgroep de voorlichting coördineren in overleg met de Commissie gelijke behandeling. Met het oog op een zo doeltreffend mogelijke voorlichting zullen ook de sociale partners en andere maatschappelijke organisaties bij de activiteiten van de werkgroep worden betrokken. De voorlichting moet leiden tot een beter begrip van de praktische betekenis van gelijke behandeling en tot meer gebruik van de mogelijkheden die de wet biedt om protest aan te tekenen tegen ongelijke behandeling.
Naast verbetering van de voorlichting wordt bestudeerd hoe de wetgeving die ongelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid verbiedt, kan worden gestroomlijnd in samenhang met regelgeving die het maken van onderscheid op andere gronden verbiedt. Die regelgeving is nu over verschillende wetten gespreid.
Minister Melkert schrijft het parlement dat voor een werkelijk gelijke positie van mannen en vrouwen bij de arbeid meer nodig is dan effectieve wetgeving. De nu geformuleerde beleidsvoornemens zullen dan ook in de uitwerking van de nota Werken aan Zekerheid (het onderdeel Zorg voor Economische Zelfstandigheid) in een bredere context worden geplaatst. Deze nota wordt in de loop van dit jaar uitgebracht.