Minister Melkert: "taak overheid om arbeid en zorg beter te laten combineren"
11 december 1996
Toespraak van minister A.P.W. Melkert van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de werkconferentie 'Combinatie arbeid en zorg in arbeidsorganisaties' op 12 december 1996 in Ede, uitgesproken door secretaris-generaal R. Gerritse.
Minister Melkert: "taak overheid om arbeid en zorg beter te laten combineren"
Onlangs stuitte ik op een artikel dat Joke Smit, een van de bekendste Nederlandse voorvechtsters van de vrouwenemancipatie, bijna dertig jaar geleden heeft geschreven. Werkgevers, schrijft Joke Smit, weren vrouwen uit hogere functies omdat ze getrouwd zijn of kunnen trouwen en dan ophouden met werken. En zij vervolgt: 'Als dan ook één categorie teleurgesteld is in vrouwen als groep, dan zijn het de personeelsfunctionarissen. Zij hebben het vele malen geconstateerd: meisjes willen niets extra's leren. Ze hebben geen belangstelling voor wat ze doen, elke belangstelling om hogerop te komen is hun te veel.'
Joke Smit constateert dat voor de man het huwelijk en het vaderschap incidenten zijn. De man zal minstens veertig jaar in de maatschappij doorbrengen. Voor hem heeft het zin zijn toekomst te plannen. Voor een vrouw ligt dat anders. Zij weet dat ze morgen of overmorgen op kan houden met werken. Het ligt dus voor de hand dat zij denkt 'ik zie wel' in plaats van 'daar wil ik naar toe.'
Dat was dertig jaar geleden. Zulke personeelschefs zijn er niet meer. Of toch wel?
Ik vrees dat er nog veel bedrijven en instellingen zijn die bij het werven van personeel toch allereerst denken aan jonge, volledig gezonde, goedopgeleide, ambitieuze mannen. Dat is kortzichtig en uit een oogpunt van goed ondernemerschap zelfs riskant. Want die bedrijven laten een groot en belangwekkend deel van de arbeidsmarkt links liggen. De arbeidsmarkt bestaat niet langer uitsluitend uit full-time mannelijke werknemers die weinig méér aan hun hoofd hebben dan hun dagelijks werk.
De ondernemer die goed om zich heenkijkt ziet dat meisjes en vrouwen bezig zijn met een spectaculaire inhaalslag in het onderwijs. Hij of - gelukkig steeds vaker ook - zij, ziet dat meisjes en vrouwen zich naar voren dringen op de arbeidsmarkt. De wakkere ondernemer ziet dat in de vergrijzende samenleving mannen en vrouwen, volletijds en deeltijdwerkers hard nodig zijn in de bedrijven en instellingen.
De ondernemer die open staat voor de ontwikkelingen in de samenleving ziet dat er een andere rolverdeling ontstaat tussen mannen en vrouwen. Dat er een nieuwe werknemer in opkomst is, iemand voor wie het leven meer inhoudt dan werk alleen. Daar speelt hij op in. Die andere rolverdeling en de wens van vrouwen en mannen om verschillende taken te combineren, vraagt om aanpassingen in de arbeidsorganisatie. De eigentijdse ondernemer combineert de roep om een gevarieerd patroon aan werktijden met zijn behoefte om het personeel flexibel in te zetten.
Op initiatief van overheid en bedrijfsleven is onlangs het project 'opportunity in bedrijf' van start gegaan. De deelnemende bedrijven zijn zich ervan bewust dat het economisch verstandig is zorgvuldig om te gaan met het vrouwelijk arbeidspotentieel. Die bedrijven zorgen er daarom voor aantrekkelijk te zijn voor vrouwen.
De vraag naar deeltijdwerk en naar minder traditionele werktijden neemt toe. Niet alleen bij vrouwen, ook bij mannen.
Vooral in huishoudens met kinderen blijkt het vrijwel ondoenlijk alle taken in het gezin af te stemmen op de traditionele werktijden van de bedrijven. Mijn Deense collega van Sociale Zaken heeft dat ook onderkend. Dat heeft geleid tot het project 'Family Friendly Workplaces', dat dit najaar afgerond is. Wij kunnen ons voordeel doen met de Deense ervaringen. Mevrouw Gitte Redkjaer van de National Board of Industrial Injuries zal u straks vertellen hoe de Denen proberen hun arbeidsorganisaties 'family friendly' te maken.
In Nederland zoeken we al geruime tijd naar oplossingen voor de problemen waar vrouwen en mannen tegenaan lopen bij het combineren van betaalde arbeid met al die andere dingen die het leven interessant maken. Het probleem is niet nieuw. Maar het tempo waarin de oplossingen worden aangedragen is te laag.
We proberen nu meer vaart te maken. Deze werkconferentie moet een bijdrage leveren om tot praktische oplossingen te komen voor het combineren van werk met zorgtaken. Daarbij gaat het om differentiatie van arbeidsduur en arbeidstijden, kinderopvang, om verschillende vormen van zorgverlof. Maar het gaat vooral om veranderingen in de bedrijfscultuur.
De manier waarop bedrijven invulling kunnen geven aan de combinatie van arbeid en zorg, kan niet los worden gezien van de oplossingen die de samenleving als geheel weet aan te dragen voor de combinatieproblemen. Daarom is de Commissie Dagindeling vorige maand begonnen met haar zoektocht naar creatieve oplossingen voor een betere afstemming van de dagelijkse agenda van werk, zorgtaken, kinderopvang, vervoer en alle andere taken die in een overbelast gezin tot hoofdbrekens leiden. Er zijn nog te veel obstakels die volwaardige deelname van mannen en vrouwen aan arbeid en zorg belemmeren. Een betere organisatie, daar gaat het bij de Commissie Dagindeling om. Niet om voorschriften, maar om voorwaarden.
Wel moeten we als overheid bevorderen dat mensen arbeid en zorg beter kunnen combineren. Daarom verbieden we onderscheid op grond van arbeidsduur, verbeteren we de regeling voor ouderschapsverlof, gaan we na hoe we scholingsverlof kunnen stimuleren, hoe we belemmeringen in de sociale zekerheid weg kunnen nemen.
Een belangrijke stap voorwaarts hebben we gezet met de nieuwe Arbeidstijdenwet die dit jaar van kracht is geworden. Die wet heeft als doelstelling te bevorderen dat er aandacht wordt geschonken aan het combineren van werk met zorgtaken en andere verantwoordelijkheden. Werkgevers en werknemers hebben nu meer ruimte om afspraken te maken over andere werktijden dan de gangbare, om meer rekening te houden met elkaars wensen.
U weet dat ik sterk hecht aan goed overleg tussen werkgevers en werknemers. Daarom heb ik de Stichting van de Arbeid om advies gevraagd over mijn voorstel voor loopbaanonderbreking. Het idee is mensen die hun loopbaan enkele maanden willen onderbreken voor studie of zorgtaken te laten vervangen door werklozen, die daardoor werkervaring op kunnen doen. De overheid overweegt loopbaanonderbreking financieel te ondersteunen.
Ik hoop dat de Stichting binnenkort komt met een werkbare reactie op de voorstellen voor de invulling van loopbaanonderbreking. Want ik vind loopbaanonderbreking van wezenlijke betekenis als het gaat om het combineren van taken. Een breed gedeelde erkenning van het gemeenschappelijk belang voor de sociale partners kan leiden tot een stevig maatschappelijk draagvlak voor loopbaanonderbreking. Ik hecht daar sterk aan, zonder overigens uit het oog te verliezen dat de wetgever ook een eigen verantwoordelijkheid heeft.
Hoe ver zijn we nu gevorderd? Lang niet ver genoeg.
Van ouderschapsverlof wordt nog maar sporadisch gebruik gemaakt, al zit er de laatste jaren wel een stijgende lijn in het aantal verlofgangers. Eenderde van de cao's bevat bovenwettelijke bepalingen voor het ouderschapsverlof. Sinds 1993 zijn er nauwelijks cao's bijgekomen met dergelijke regelingen. Van de vrouwen maakt veertig procent gebruik van ouderschapsverlof, van de mannen slechts negen procent.
Ouderschapsverlof blijkt het meest populair te zijn in de niet-commerciële dienstverlening. Daaronder valt de overheid die gedeeltelijke doorbetaling tijdens het ouderschapsverlof kent. Het particuliere bedrijfsleven blijft nog ver achter bij ouderschapsverlof.
Zorgverlof is nog een schaars goed. Pas in een kwart van de cao's is daarover iets geregeld.
Het aantal cao's dat een regeling voor calamiteitenverlof kent, neemt gestaag toe. Toch wordt er zelden een beroep op gedaan. Veel ondernemers blijken niet te weten dat ze een cao hebben afgesloten met calamiteitenverlof. De praktijk leert dat werknemers nog slechter op de hoogte zijn. Als ze thuis moeten blijven omdat er een kind ziek is, nemen ze doorgaans vakantiedagen op.
Dan de kinderopvang. In ruim de helft van de cao's zijn daarover afspraken gemaakt. Het aantal opvangplaatsen neemt toe, maar er zijn er nog veel te weinig. Vooral het aantal voorzieningen voor buitenschoolse opvang blijft ver achter: er is minder dan één opvangplaats op honderd kinderen. De wachtlijsten voor kinderopvang blijven hardnekkig schrikbarend lang.
Als laatste in deze reeks deeltijdarbeid. Dat is nog steeds voornamelijk een vrouwenbolwerk. Onder mannen is deeltijdwerken nog verre van ingeburgerd. Zij blijven denken dat deeltijd niet te verenigen is met hun functie of dat het hun loopbaan schaadt. Sinds werkgevers en werknemers eind 1993 hebben afgesproken dat ze deeltijd in cao's zouden vastleggen, wordt in bijna de helft van de cao's een verzoek om deeltijd in beginsel gehonoreerd.
Het bedrijfsleven heeft nog niet echt werk gemaakt van het combineren van arbeid met zorg. Dat heeft de Emancipatieraad ook geconcludeerd uit een onderzoek van 89 cao's.
Volgens de Emancipatieraad is een cao geëmancipeerd als ze op minimaal twee van de vijf punten - kinderopvang, deeltijdwerk, positieve actie, zorgverlof en calamiteitenverlof - goed scoort. Slechts 19 van die 89 cao's blijken geëmancipeerd te zijn.Er ligt dus nog een flink terrein braak op het maatschappelijk middenveld. En ik verheel niet hier met een aanmerkelijk dilemma te worstelen.
Zoals u weet behoor ik tot degenen die veel waarde hechten aan collectieve arbeidsovereenkomsten als draagvlak voor het verder brengen van maatschappelijk gewenste veranderingen in de arbeidsvoorwaarden. Maar als het delen van de ruimte die nodig is voor de combinatie van arbeid en zorg of de combinatie van arbeid en scholing te vaak sluitstuk in plaats van opening blijkt te zijn in de cao, dan is het tijd dat de overheid het algemeen belang voorop stelt.
Ik vraag u vandaag een bijdrage te leveren aan de beoordeling van de vraag wie op welk niveau uiteindelijk het meest effectief kan zin om ons stelsel van arbeid en sociale zekerheid bij de tijd te houden. Zonder ideologie, maar met een scherp gevoel voor het meervoudige belang dat hiermee is gediend. Sociaal, omdat het rechtvaardig is mannen èn vrouwen meer gelijke kansen te bieden. Economisch, omdat in een vergrijzende samenleving alle capaciteiten van jongere generaties voor een sterk presterende economie broodnodig zijn.
Het tempo van de erkenning van deze belangen ligt laag. Sinds Joke Smit dertig jaar geleden de teleurstelling van de personeelsfunctionaris verwoordde, is de positie van de vrouw in de Nederlandse samenleving verbeterd. Maar we zijn er nog lang niet. Traditionele rolverdelingen eroderen traag, combinatieproblemen van werk met andere taken zijn hardnekkig. Veranderen is niet verzwakkend, maar versterkend. Ook voor u, in de bedrijven en instellingen. Ik wens u vandaag een vruchtbare werkconferentie toe.