Toespraak van minister A.P.W. Melkert van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij de installatie van de Commissie Dagindeling op 4 november 1996 om 16.00 uur in Den Haag.

Persbericht Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

nr.96/210
4 november 1996


In het verleden was de dagindeling vanzelfsprekend. We begonnen bij het krieken van de dag met het ontbijt. Vervolgens gingen we naar school of kantoor en rond zes uur 's avonds troffen de gezinsleden elkaar weer aan de warme maaltijd, die was toebereid door de moeder van het gezin. De dagindeling en de taakverdeling waren duidelijk en leken onveranderlijk. De veelvormige werkelijkheid heeft die zekerheid de afgelopen jaren op haar grondvesten doen schudden. De traditionele dagindeling uit de tijd van het gezin met één kostwinner zit ons danig in de weg zodra er veel meer keuzemogelijkheden opdoemen. Hoe moet je het leven organiseren van twee partners met twee kinderen, twee carrières, twee maal twee steeds oudere ouders, twee huisdieren, één balletles en één pianoles, twee sportclubs, één avondcursus, één voorleesochtend en twee zwemlessen per week?

Als er één kantoor open gaat, dan gaan ze ook allemaal open. Precies aan de randen van de dag. Als de scholen uitgaan, dan gaan ze per klas op een ander half uur uit, vlak nadat de kinderen weer zijn gehaald en gebracht voor de middagpauze. Midden in het hart van de dag. Als je eraan gewend bent geweest voor de kleintjes op kinderopvang te mogen rekenen, dan moet je maar zien hoe je het redt vanaf de leerplichtige leeftijd. En als ze ouder worden, die halve pubers, dan laten we ze nog liever op straat dan dat we de leegstaande schoolgebouwen zouden benutten.

Als het gaat om de dagindeling zijn we in Nederland dus tamelijk behoudend. Eigenlijk is dat merkwaardig. Want de samenleving is de afgelopen jaren sterk veranderd en is nog steeds in beweging. Meer dan voorheen verrichten vrouwen betaald werk en niet alleen in deeltijd. En in het bedrijfsleven raken vertrouwde patronen in onbruik. Bedrijven en instellingen reorganiseren en wijken daarbij steeds vaker af van de traditionele werktijden. Ze vragen van de werknemers zich aan die andere werktijden aan te passen. Dat accepteren we zonder gemor. Maar de dagindeling staat ondanks alle veranderingen in de samenleving voor de meeste mensen amper ter discussie. Het gevolg is dat we nu veel meer activiteiten samenballen in de periode tussen ontbijt en warme maaltijd.

Maar tegelijk onszelf te kort doen als het gaat om voorzieningen of een adequaat en betaalbaar niveau van betaalde persoonlijke dienstverlening. Veel mensen - vrouwen en mannen - rennen achter de feiten van de dagelijkse organisatie aan. Dagindeling is niets anders dan organisatie. Niet als voorschrift. Dat is geen taak voor de overheid. Wel uit de macht der gewoonte die lange tijd de onmacht van het ongewone dicteerde. Maar het ongewone is intussen hoofdstroom aan het worden. Er zijn echter veel obstakels die de benutting in de weg staan van het economische, sociale en culturele potentieel van volwaardige deelname van mannen en vrouwen aan de arbeids- en zorgkant van de samenleving. Daarover gaat het bij deze kwestie.

Ruim een jaar geleden hebben we als kabinet onze visie op een andere organisatie van de arbeid, met meer mogelijkheden voor de combinatie van arbeid en zorg, vastgelegd in de nota 'Om de kwaliteit van arbeid en zorg'. En bij de presentatie van de begroting voor 1997 hebben we lijnen aangegeven die op langere termijn moeten worden getrokken naar een stelsel van sociale zekerheid dat meer recht doet aan de rijke schakering aan arbeids- en leefpatronen aan het begin van de volgende eeuw.

En dan nu de Commissie Dagindeling, die de veelzeggende ondertitel 'tijd voor arbeid en zorg' heeft meegekregen. De Commissie Dagindeling benadert het probleem van de dagelijkse agenda vanuit de samenleving: hoe kunnen mannen en vrouwen betaalde arbeid en zorgtaken evenwichtig verdelen of uitbesteden, met een fikse impuls voor de werkgelegenheid. Zijn er creatieve oplossingen mogelijk voor het afstemmen van de organisatie van de tijden voor werk, onderwijs, kinderopvang en vervoer waardoor het gemakkelijker wordt betaalde arbeid te combineren met zorgtaken?

Om het probleem in eerste aanzet in kaart te brengen, hebben we Research voor Beleid een onderzoek naar de opvattingen over het combineren van taken laten instellen. Dat onderzoek leert dat ongeveer twee miljoen Nederlanders problemen ondervinden bij het combineren van taken. In de helft van de gevallen gaat het om mensen met thuiswonende kinderen. Maar ook mensen met een drukke baan en weinig vrije tijd die niet veel zorgtaken of huishoudelijk werk verrichten, kampen met problemen bij de organisatie van hun dagindeling.

De verruimde winkelsluitingswet is een voorbeeld van verandering die hier nadrukkelijk op inspeelt.

Het combineren van taken is gemakkelijker als wonen, werken en voorzieningen zijn geconcentreerd op één plaats. Maar dat is lang niet altijd het geval, zoals blijkt uit de dagelijkse filemeldingen op de radio. Er valt veel te zeggen voor de compacte stad; de ideale plek waar werk, wonen, gezondheidszorg en recreatie op loopafstand beschikbaar zijn. Maar veel mensen wonen in de randgemeenten of nog verder weg, op het platteland. En ofwel de file ofwel een dun aanbod van openbaar vervoer staan de ideale combinatie in de weg.

Veel landen zijn al verder gevorderd dan Nederland als het gaat om faciliteiten voor het combineren van werk met andere taken. In Zweden maakt meer dan de helft van de kinderen van zeven tot negen jaar gebruik van buitenschoolse opvang.

Plaatselijke overheden zijn in Zweden verplicht opvang te bieden aan kinderen in de leeftijd van zes tot twaalf jaar als hun ouders werken of studeren. Maar ook Frankrijk kent opvangvoorzieningen waarbij scholen er rekening mee houden dat ouders werken. De schooldag duurt tot half vijf en tussen de middag krijgen de kinderen op school een warme maaltijd. In Denemarken sluiten veel kantoren om vier uur 's middags.

Ook in Nederland krijgen kinderen steeds vaker te maken met de gevolgen van de afstemmingsproblemen van hun ouders. De ouders willen meer aandacht en tijd besteden aan de ontwikkeling van hun kinderen. Maar tegelijkertijd zijn de voorzieningen voor kinderen niet meer in de woonbuurten zelf gevestigd. Dat leidt weer tot een combinatieprobleem: ouders moeten hun kinderen vervoeren naar sportvoorzieningen aan de rand van de stad.

Aandachtspunt dus voor de organisatie van de combinatie. In het belang van de opvoeding van kinderen. Met het oog op een eerlijker verdeling van arbeid en zorgtaken. Met potentieel gunstige effecten. De benutting van meer vrouwelijke taken voorop. Maar ook het aanboren van meer bronnen van commerciële dienstverlening aan huis. Of zelfs op het werk. Zoals ik dezer dagen aantrof in een folder van een bedrijf dat kledingreiniging, schoenreparatie en verstelwerk aanbiedt met halen en brengen op het werk.
Aanknopingspunten te over voor de commissie Dagindeling die is bijeengeroepen om het denken te inspireren en nieuw handelen te creëren. Inspiratie en creativiteit. Dat is de uitnodiging. Geen blauwdrukken, laat staan voorstellen voor voorschriften. De eigen verantwoordelijkheid van burgers staat voorop. De overheid schept voorwaarden en faciliteiten. Daartoe behoort ook deze commissie. Die ik veel maatschappelijk inzicht toewens bij het voorsorteren van Nederland op een samenleving die meer keuzevrijheid voor meer mannen èn vrouwen tegelijkertijd biedt.

info